ECLI:NL:CBB:2002:AF1194
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar wegens crimineel antecedent bij oprichting vennootschappen
Appellanten, beiden vennoot in een vennootschap onder firma, verzochten om verklaringen van geen bezwaar voor de oprichting van vier besloten vennootschappen. Een van hen, A, had in 1999 een transactie aanvaard wegens overtreding van de Opiumwet (hennepteelt).
Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 2:179 BW Pro, omdat het criminele antecedent van A een gevaar voor ongeoorloofde doeleinden van de vennootschappen oplevert. Appellanten stelden dat de hennepteelt een eenmalig incident was en dat het bedrijf inmiddels was veranderd.
Het College oordeelde dat verweerder terecht het gevaar voor misbruik heeft aangenomen, mede omdat de vennootschappen dezelfde activiteiten zouden voortzetten en A beleidsbepalend is. Nieuwe omstandigheden die appellanten in beroep aanvoerden, konden niet in de bezwaarfase worden betrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van verklaringen van geen bezwaar voor oprichting van vennootschappen wordt ongegrond verklaard.