ECLI:NL:CBB:2002:AE8718
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning biotechnologische handelingen genetisch gemodificeerde muizen wegens procedurele tekortkomingen
De Vereniging AVS Proefdiervrij stelde beroep in tegen de vergunning die de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) had verleend voor het verrichten van biotechnologische handelingen gericht op het genereren van genetisch gemodificeerde muizen.
Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met wettelijke voorschriften omdat geen rapport over de effecten op de proefdieren was overgelegd, er onduidelijkheid bestond over de gebruikte genconstructen, relevante adviezen van andere instanties ontbraken, en dat de vergunning onduidelijkheden en rechtszekerheidsproblemen bevatte.
Het College oordeelde dat het ontbreken van een rapport over effecten gerechtvaardigd was gezien de experimentele aard van het onderzoek en dat de gebruikte genen voldoende waren omschreven. Echter, het College stelde vast dat verweerder ten onrechte had nagelaten om relevante adviezen van andere instanties, zoals de Commissie genetische modificatie (COGEM) en de Dierexperimentencommissie (DEC), op te vragen en mee te wegen, wat strijdig was met de Regeling biotechnologie bij dieren.
Verder was onvoldoende duidelijk waarom de vergunning aan de KUN was verleend terwijl de aanvraag door het St. Radboud was ingediend. De vergunningvoorschriften boden voldoende rechtszekerheid. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes maanden opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tot die tijd werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de KUN werd behandeld alsof zij nog in het bezit was van de vergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes maanden opnieuw te beslissen.