ECLI:NL:CBB:2002:AE8304
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging sanctiebesluit wegens te late aangifte melkproductie
Appellant exploiteert een melkveehouderij en diende zijn aangifte over de hoeveelheid rechtstreeks verkochte melkproducten te laat in, namelijk na de uiterste datum van 15 mei 1999. Verweerder legde daarop een sanctie op, bestaande uit het uitsluiten van appellant van de vereveningsregeling en het opleggen van een heffing over de totale overschrijding van het consumentenquotum.
Appellant voerde aan dat de overschrijding gering was en dat bijzondere omstandigheden, zoals gezondheidsproblemen en een drukke open dag, de vertraging veroorzaakten. Het College oordeelde dat de sanctie op grond van de toen geldende Verordening (EEG) nr. 536/93 terecht was opgelegd, maar dat een latere verordening (Verordening (EG) nr. 1392/2001) mildere sancties voorschrijft voor vergelijkbare situaties.
Volgens artikel 2 van Pro Verordening (EG, EURATOM) nr. 2988/95 moeten minder strenge sancties met terugwerkende kracht worden toegepast. Omdat verweerder in 2002 vergelijkbare termijnoverschrijdingen zonder sanctie accepteerde, moet dit ook voor appellant gelden. Het College vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen, waarbij rekening moet worden gehouden met de latere regelgeving.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot sanctie wegens te late aangifte wordt vernietigd.