ECLI:NL:CBB:2002:AE7553
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst stalhuur
Appellant diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling dierlijke EG-premies voor vier stieren, waarbij hij verklaarde dat de dieren op een adres van een derde (C) werden gehuisvest. Tijdens controles door de Algemene Inspectiedienst (AID) kon appellant geen schriftelijke huurovereenkomst overleggen die het gebruik van de stal door appellant gedurende de aanhoudperiode bevestigde. Een verklaring die appellant later overlegde, was pas na de controle opgesteld en werd niet tijdig aan de uitvoeringsdienst LASER gezonden.
Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de definitie van producent in de Regeling, die vereist dat het gebruik van het bedrijfspand schriftelijk is vastgelegd gedurende de aanhoudperiode. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij sinds 1997 een halve schuur huurt van C en dat hij de overeenkomst had toegezonden, maar deze was zoekgeraakt. Tevens stelde hij dat hij niet op de hoorzitting was verschenen omdat hij geen uitnodiging had ontvangen.
Het College oordeelde dat verweerder appellant op juiste wijze had uitgenodigd voor de hoorzitting en dat het op de weg van appellant lag om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldeed. Omdat appellant tijdens de controle geen schriftelijke overeenkomst kon tonen en de latere verklaring niet tijdig was ingediend, was het terecht dat verweerder de aanvraag afwees. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst gedurende de aanhoudperiode.