ECLI:NL:CBB:2002:AE7398
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtskarakter Besluit zand- en lössgronden als algemeen verbindend voorschrift
In deze zaak staat centraal of het Besluit zand- en lössgronden, dat kaarten vaststelt waarop zand- en lössgronden en uitspoelingsgevoelige gronden worden aangeduid, moet worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift. Appellanten voerden aan dat het besluit concreet is en individuele percelen aanwijst, waardoor het een bundel beschikkingen betreft die appellabel zouden moeten zijn.
Het College overweegt dat het Besluit formeel een algemene maatregel van bestuur is, met alle vereiste procedures en bekendmaking via het Staatsblad. Het besluit geldt voor een grote, onbepaalde groep eigenaren en gebruikers van topografische percelen in heel Nederland, en bevat een zelfstandige normstelling die onderdeel is van de Meststoffenwet en de mineralenheffingen.
De aanwijzing van percelen is algemeen van aard en raakt een open groep personen, waardoor het geen bundel individuele beschikkingen vormt. Het Besluit maakt deel uit van een samenstel van algemeen verbindende voorschriften en is daarmee niet vatbaar voor bezwaar en beroep. De beroepen van appellanten worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat het Besluit zand- en lössgronden een algemeen verbindend voorschrift is, waardoor bezwaar en beroep niet ontvankelijk zijn.