ECLI:NL:CBB:2002:AE6563
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag bestemmingsheffing mest 1994 wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een aanslag bestemmingsheffing mest 1994 opgelegd aan een vennootschap onder firma (v.o.f.) die met ingang van 1 januari 1992 was ontbonden. De aanslag was gericht aan de oude v.o.f. en de vennoten waren hoofdelijk aansprakelijk. Het bezwaar werd pas in november 1999 ingediend, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedroeg.
Het College oordeelde dat appellant geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding had gegeven. Het betoog dat appellant pas in 1999 van de aanslag op de hoogte was door een slechte verstandhouding met zijn broer werd verworpen, mede omdat appellant in 1998 een brief van het Landbouwschap had ontvangen en geretourneerd met de mededeling dat deze aan zijn broer moest worden geadresseerd.
Het College bevestigde dat de aanslag terecht aan de oude v.o.f. was opgelegd en dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk waren. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en ongegrond verklaard. De openstaande aanslag was inmiddels voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de aanslag bestemmingsheffing mest 1994 is ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.