ECLI:NL:CBB:2002:AE6357
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten heffingen 2000 wegens onbevoegdheid en proceskostenveroordeling
Appellanten, zeven ondernemingen in de detailhandel in alcoholhoudende dranken, maakten bezwaar tegen heffingen opgelegd op grond van de Basisheffingsverordening 2000 B.D.A. en de Bestemmingsheffingsverordening 2000 B.D.A. Het geschil betrof onder meer de weigering van vrijstellingen voor het grootwinkelbedrijf en de rechtmatigheid van de verordeningen.
Het College oordeelde dat de besluiten op bezwaar niet door het bevoegde orgaan, maar door de voorzitter van verweerder waren genomen zonder mandaat, waardoor sprake was van een bevoegdheidsgebrek. Dit leidde tot vernietiging van de bestreden besluiten en de verplichting tot hernieuwde besluitvorming.
Daarnaast werd geoordeeld dat de verordeningen niet onrechtmatig tot stand waren gekomen ondanks wijzigingen tijdens bestuursvergaderingen. Het College veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellanten.
De procedure kende meerdere stappen, waaronder ontvangst van beroepschriften in oktober 2000, een hoorzitting in augustus 2000 en de uitspraak van het College op 26 juli 2002. Het College stelde vast dat de beroepen ontvankelijk waren en dat de weigering van vrijstelling definitief was, maar dat dit de bevoegdheidskwestie niet wegneemt.
Het oordeel benadrukte het belang van juiste bevoegdheidsverdeling binnen bestuursorganen en de mogelijkheid om de rechtmatigheid van verordeningen aan de orde te stellen in procedures tegen daarop gebaseerde besluiten.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens onbevoegdheid en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.