ECLI:NL:CBB:2002:AE6355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om verlenging aflever- en opgebruiktermijn voor biociden Embadecor en Embasol Combi
Hoetmer B.V. verzocht het College voor het bedrijfsleven om voorlopige voorzieningen te treffen die het gebruik, de aflevering en het voorhanden hebben van de biociden Embadecor en Embasol Combi toestaan tot zes weken na beslissing op bezwaar, en om een langere aflever- en opgebruiktermijn toe te kennen dan de door het College vastgestelde periode van één jaar. De toelating van deze middelen was op 1 mei 2001 van rechtswege geëindigd omdat geen volledige aanvraag tot verlenging was ingediend.
Verzoekster stelde zich op het standpunt dat op grond van de Biocidenrichtlijn en Verordening 1896/2000 een recht bestaat op een langere termijn, gekoppeld aan een nog vast te stellen uitfaseringsperiode door de Europese Commissie. Het College oordeelde dat deze Europese regelgeving geen recht geeft op het langer op de markt houden van biociden zolang het nationale recht dit niet toestaat en dat het nationale recht alleen aflever- en opgebruiktermijnen toestaat bij intrekking of abrupte beëindiging van toelatingen.
De voorzieningenrechter bevestigde dat het nationale recht, zoals neergelegd in artikel 2, vijfde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, geen langere termijnen toestaat bij het van rechtswege eindigen van toelatingen. Het beleid van het College en eerdere uitspraken van de President van het College bevestigen dit. Verzoekster kon geen recht ontlenen aan het Europese overgangsrecht om een langere termijn te verkrijgen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verlenging van de aflever- en opgebruiktermijn voor Embadecor en Embasol Combi is afgewezen.