ECLI:NL:CBB:2002:AE6349
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- M.S. Hoppener
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunningconstructie taxivervoer onder firma
Verzoekster, een vennootschap onder firma die taxivervoer exploiteert, verzocht de Minister van Verkeer en Waterstaat om niet op te treden tegen de vennoten van haar onderfirma's die taxivervoer verrichten zonder eigen vergunning. Verweerder stelde dat de vergunningconstructie in strijd is met de Wet personenvervoer 2000 en dat bestuursdwang kan worden toegepast.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van verweerder van 22 maart 2002 als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt omdat het een aankondiging van bestuursdwang inhoudt. Echter werd vastgesteld dat verzoekster geen rechtstreeks belang heeft bij het verzoek om voorlopige voorziening, omdat de vergunningen op naam van verzoekster staan, maar het vervoer door de onderfirma's voor eigen rekening en risico wordt verricht.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het geschil draait om de uitleg van het overgangsrecht en de vraag of de vergunningconstructie legaal is, waarbij het College bevestigt dat het vervoer door de onderfirma's zonder eigen vergunning illegaal is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen rechtstreeks belang heeft en de vergunningconstructie in strijd is met de Wet personenvervoer 2000.