ECLI:NL:CBB:2002:AE6038
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt laagdrempeligheid inrichting met bowlingbanen en weigert kansspelautomatenvergunning
Appellant exploiteert een onderneming met een danszaal, bargedeelte, bowlingbanen en zalen in de gemeente Dongeradeel en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat. De burgemeester weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, wat volgens de Wet op de kansspelen geen vergunning voor kansspelautomaten toelaat.
Appellant voerde aan dat het bowlen slechts een ondergeschikte activiteit is die ondersteunend is aan de horecafunctie en dat het restaurantgedeelte als hoogdrempelig moet worden aangemerkt. Ook stelde appellant dat bezoekers van de bowlingbanen niet zonder het horecagedeelte kunnen, en dat de bowlingactiviteiten minder dan 20% van de omzet uitmaken.
Het College oordeelde dat het bowlinggedeelte een zelfstandige stroom bezoekers aantrekt die primair komen bowlen en dat dit niet ondergeschikt is aan de horeca-activiteiten. Omdat het bowlinggedeelte niet gescheiden is van het bargedeelte, vormt de gehele inrichting één laagdrempelige inrichting. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden om het bargedeelte als hoogdrempelig te kwalificeren. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de vergunning geweigerd.
Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het besluit is genomen door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, gewezen door M.A. van der Ham op 10 juli 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor een kansspelautomaat wordt ongegrond verklaard omdat de inrichting als laagdrempelig wordt aangemerkt.