ECLI:NL:CBB:2002:AE5935
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging intrekking exploitatievergunning speelautomaten wegens onvoldoende motivering
Appellant exploiteert speelautomaten waarvoor hij sinds 1991 een vergunning heeft. Na een inspectie in 1999 bleek dat een speelautomaat was voorzien van niet-toegelaten eproms, wat leidde tot een besluit tot intrekking van de vergunning door de Minister van Economische Zaken.
Appellant voerde aan dat de overtreding licht en niet verwijtbaar was, dat hij de automaat bij een bonafide leverancier had gekocht en dat het uitbetalingsgedrag niet afwijkend was. Tevens stelde hij dat hem een termijn was toegezegd om de automaat aan te passen.
Het College oordeelt dat de overtreding inderdaad bestond, maar dat de motivering van de verwijtbaarheid onvoldoende is. De Minister had niet voldoende concreet aangegeven waarom appellant had moeten twijfelen aan de conformiteit van de automaat. Ook was onvoldoende onderbouwd waarom de vermelding van serienummers op de eproms een aanwijzing voor niet-conformiteit zou zijn.
Daarom verklaart het College het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast de Minister tot hernieuwde besluitvorming. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.