ECLI:NL:CBB:2002:AE5151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding Alterra-rapport inzake bentazon-houdende bestrijdingsmiddelen
Appellanten verzochten het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) om openbaarmaking van het Alterra-rapport over bentazon-houdende bestrijdingsmiddelen. Het CTB weigerde dit op grond van bedrijfsgeheimen en verleende geheimhouding aan BASF, de aanvrager van het rapport. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het rapport deels openbaar moet worden gemaakt, omdat het belangrijke milieu-informatie bevat en het verzoek tot geheimhouding van BASF niet tijdig was gedaan.
Het College overwoog dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van belang na het besluit van 11 januari 2002. Het College bevestigde dat artikel 22 van Pro de Bestrijdingsmiddelenwet een bijzondere, uitputtende regeling bevat voor geheimhouding, afwijkend van de algemene Wet openbaarheid van bestuur. Het rapport bevat concurrentiegevoelige gegevens die het CTB terecht geheim houdt om concurrentievervalsing te voorkomen.
Verder oordeelde het College dat het CTB niet verplicht is om het rapport gedeeltelijk openbaar te maken door het weglakken van geheime gegevens; het kan ook volstaan met het verstrekken van een beknopt overzicht, zoals in de verlengingsbesluiten is gedaan. Het rapport bevat geen fysisch-chemische eigenschappen of analysemethoden die niet geheim mogen zijn. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit tot geheimhouding gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot geheimhouding van het Alterra-rapport is ongegrond verklaard en het rapport blijft geheim.