ECLI:NL:CBB:2002:AE4105
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling administratieverplichting producent melk en zuivelproducten voor superheffing
In deze zaak staat centraal de vraag of een producent van melk en zuivelproducten verplicht is om ook een administratie bij te houden van niet geleverde maar vernietigde hoeveelheden, naast de verkochte hoeveelheden, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder f), van Verordening (EEG) nr. 536/93. Appellant beschikte over een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop en had een opgave gedaan van geleverde zuivelproducten, maar de controle door de Algemene Inspectiedienst (AID) wees op een verschil van circa 250.000 kg melk, waarvan 10.000 kg boter naar eigen zeggen was vernietigd zonder administratie.
Verweerder stelde op grond van de niet-naleving van de administratieverplichting een ambtshalve vaststelling van de leveringen vast en legde een superheffing op. Appellant betwistte dit en voerde aan dat de administratieplicht zich niet uitstrekt tot vernietigde hoeveelheden en dat het nationale voorschrift dat dit wel vereist strijdig is met communautair recht. Tijdens de procedure werden getuigen gehoord die bevestigden dat boter werd afgevoerd naar de mestput.
Het College constateerde dat de communautaire regelgeving de administratieplicht beperkt tot verkochte hoeveelheden en dat de nationale regeling verdergaande verplichtingen bevat. Gezien het belang van rechtszekerheid en de verschillen tussen nationale en communautaire regels, besloot het College het onderzoek te schorsen en een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen over de uitleg van de administratieverplichting. De beslissing houdt het geschil aan totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: Het College schorst het onderzoek en legt een prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van de administratieplicht.