ECLI:NL:CBB:2002:AE2865
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.R. Winter
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Beslissing over niet tijdig beslissen op bezwaren tegen schadevergoeding melkvernietiging tijdens mond- en klauwzeercrisis
Tijdens de mond- en klauwzeercrisis 2001 werd melk van verdachte melkveehouderijen vernietigd vanwege mogelijke besmetting. Verzoeksters, twee maatschappen, ontvingen een tegemoetkoming in de schade maar maakten bezwaar tegen de hoogte van deze vergoeding. Verweerder besloot niet tijdig op deze bezwaren, waarop verzoeksters beroep instelden bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en tevens een voorlopige voorziening vroegen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de vernietiging van de melk een maatregel was op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en dat de besluiten tot tegemoetkoming op grond daarvan waren genomen. Het niet tijdig beslissen op de bezwaren werd gelijkgesteld aan een besluit en het beroep daarom ontvankelijk verklaard. Verweerder werd opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen op de bezwaren.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de betaalde griffierechten en proceskosten van verzoeksters. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen omdat de voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen en verweerder inmiddels met afhandeling was begonnen. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 13 mei 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen.