ECLI:NL:CBB:2002:AE1800
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maximumtarief manuele therapie volgens Van der Bijlmethode onder Wet tarieven gezondheidszorg
Appellant, een fysiotherapeut die manuele therapie volgens de Van der Bijlmethode verricht, maakte bezwaar tegen het tariefbesluit van 15 december 1999 waarin het maximumtarief voor manuele therapie werd vastgesteld op 1,5 keer het reguliere fysiotherapietarief. Hij stelde dat deze therapie een ander vak is en dat het tarief ontoereikend is vanwege de langere behandeltijd.
Het College stelde vast dat het tarief in overeenstemming is met de beleidsregel en het voorstel van de beroepsorganisatie VVF. De aantekening dat ook de Van der Bijlmethode onder het tarief valt, betekent niet dat andere vormen van manuele therapie zijn uitgesloten. De keuzevrijheid van fysiotherapeuten om zich te laten registreren onder de Wet BIG en daarmee onder het tarievenstelsel is van belang.
Het College oordeelde dat het tarief gebaseerd is op zittingen en niet op tijdsduur, en dat de verschillen in behandeltijd niet zodanig zijn dat een differentiatie noodzakelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het tariefbesluit voor manuele therapie werd ongegrond verklaard en het maximumtarief blijft ongewijzigd.