ECLI:NL:CBB:2002:AE1401
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregelen op grond van Verordening Bestrijding IBR 1998 afgewezen
Appellante, een maatschap die biologisch-dynamisch werkt, maakte bezwaar tegen maatregelen opgelegd door verweerder op grond van de Verordening Bestrijding IBR 1998. Deze maatregelen betroffen beperkingen vanwege het niet tijdig vaccineren van runderen tegen IBR.
De procedure omvatte een bezwaar en beroep tegen het besluit van verweerder, waarbij appellante onder meer aanvoerde dat de gebruikte entstof genetisch gemodificeerd was en dat enting in strijd zou zijn met SKAL-regels. Tevens werd geklaagd over de lange termijn voor de beslissing en het niet tijdig ontvangen van het verslag van de hoorzitting.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was de verordening vast te stellen en dat de problemen met de entstof ten tijde van het besluit niet bekend waren. De termijnoverschrijding leidde niet tot schending van de procespositie van appellante. Ook de bijzondere productiemethode van appellante vormde geen vrijstelling van de vaccinatieplicht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit op grond van de Verordening Bestrijding IBR 1998 is ongegrond verklaard.