ECLI:NL:CBB:2002:AE1144
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt schriftelijke waarschuwing voor schending geheimhoudingsplicht door registeraccountant
Appellant, een registeraccountant, werd door de raad van tucht schriftelijk gewaarschuwd wegens klachten van een cliënt over onzorgvuldige informatieverstrekking aan de Belastingdienst. Appellant stelde dat hij slechts onbewerkte administratieve gegevens had verstrekt en dat correcties door een opvolgend accountant niet aan hem bekend waren. Het College oordeelde dat appellant terecht geen melding hoefde te maken van de correcties omdat deze niet op eigen beoordeling berustten en speculatief zouden zijn geweest.
Het College stelde echter vast dat appellant in strijd met artikel 10 van Pro de Gedragscode Openbare Accountants-Belastingdienst (GBR-1994) vertrouwelijke informatie over een overwogen verkoop van de onderneming van klager had verstrekt zonder dat hiervoor een wettelijke verplichting bestond. Dit was onzorgvuldig en vormde een inbreuk op zijn geheimhoudingsplicht.
Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, de eerdere tuchtbeslissing vernietigd, en het College legde zelf een schriftelijke waarschuwing op. Het belang van vertrouwelijkheid in het beroep van registeraccountant werd benadrukt als essentieel voor het vertrouwen in het vak.
De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 2 april 2002, waarbij appellant en klager in persoon verschenen en de zaak na zorgvuldige overweging werd afgedaan.
Uitkomst: Het College legt appellant een schriftelijke waarschuwing op wegens het onrechtmatig verstrekken van vertrouwelijke informatie aan de Belastingdienst.