ECLI:NL:CBB:2002:AE1057
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming vertrouwelijke producties in bestuursrechtelijke procedure over bestrijdingsmiddelen
Appellanten, de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu, hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) dat hun bezwaarschrift ongegrond verklaarde. Dit bezwaarschrift betrof besluiten waarbij toelatingen van bestrijdingsmiddelen met bentazon werden verlengd.
Verweerder overhandigde zes producties, waaronder het vertrouwelijke Alterra-rapport, en deed een beroep op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de kennisneming van deze stukken te beperken tot het College zelf. Dit verzoek werd onderbouwd met het belang van geheimhouding vanwege concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens en wettelijke bepalingen uit de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Het College overwoog dat hoewel het bestuursorgaan op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek tot openbaarmaking kan afwijzen, dit niet automatisch betekent dat geheimhouding zonder meer wordt toegestaan. Er dient een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van vertrouwelijke gegevens.
Na afweging concludeerde het College dat er gewichtige redenen zijn om de kennisneming van de producties te beperken tot het College zelf. Dit oordeel is gebaseerd op de specifieke regeling omtrent gegevensbescherming in de Wet en het voorkomen van concurrentievervalsing. De beslissing tot beperking van kennisneming is daarmee gerechtvaardigd.
Uitkomst: De kennisneming van vertrouwelijke producties wordt beperkt tot het College vanwege gewichtige redenen en bescherming van bedrijfsgegevens.