ECLI:NL:CBB:2002:AE0760
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtbeslissing over hoor en wederhoor bij frauderapport registeraccountant
Appellant, een registeraccountant, stelde beroep in tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht die een klacht gegrond verklaarde over het ontbreken van hoor en wederhoor ten aanzien van een klager in een frauderapport. Het rapport betrof een intern onderzoek naar fraude binnen een bank en vermeldde slechts beperkt de klager.
Het College oordeelde dat het rapport vooral intern was en dat appellant niet op de hoogte was van een eventuele overdracht aan de politie bij het opstellen ervan. Klager was meerdere malen gehoord tijdens het onderzoek en had de verslagen van deze interviews ontvangen, hoewel hij deze niet formeel accordeerde om zijn rechtspositie te beschermen.
Het College stelde dat het niet als algemene professionele zorgvuldigheidseis kan gelden dat iedere betrokkene voorafgaand aan het uitbrengen van een dergelijk rapport moet kunnen reageren, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Gezien de beperkte vermelding van klager in het rapport en de mogelijkheid tot reactie tijdens het onderzoek, was er geen sprake van schending van hoor en wederhoor.
Daarom verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde de bestreden tuchtbeslissing en verklaarde de klacht alsnog ongegrond. De beslissing is gebaseerd op de Wet op de Registeraccountants en de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de tuchtbeslissing vernietigd en de klacht alsnog ongegrond verklaard.