ECLI:NL:CBB:2002:AE0751
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding verzoek kwijtschelding landbouwheffing onder douanewetboek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin haar verzoek om kwijtschelding van landbouwheffing werd afgewezen wegens termijnoverschrijding. De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 239 van Pro het communautair douanewetboek (CDW), waarin een termijn van twaalf maanden wordt gesteld voor het indienen van een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van rechten.
Appellante betoogt dat de termijn pas is gaan lopen na de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) op 3 november 1999, omdat de schuld pas definitief vaststaat na onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Tevens stelt zij dat de lopende bezwaar- en beroepsprocedure de termijn zou stuiten en dat bijzondere omstandigheden een termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Het College oordeelt dat de termijn van twaalf maanden begint te lopen op het moment dat de rechten aan de schuldenaar zijn medegedeeld, in dit geval bij de uitnodigingen tot betaling van 20 november 1996. De lopende bezwaar- en beroepsprocedure stuit de termijn niet. Ook de aangevoerde bijzondere omstandigheden en de gewijzigde regelgeving bieden geen grond voor termijnoverschrijding. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om kwijtschelding buiten de wettelijke termijn is ingediend en de bezwaar- en beroepsprocedure de termijn niet stuit.