ECLI:NL:CBB:2002:AD9977
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kansspelautomaat in zalencentrum met onvoldoende afscheiding
Appellant exploiteert een zalencentrum met een café en een zaalgedeelte gescheiden door een harmonicawand die bij grote partijen wordt geopend, waardoor er geen feitelijke afscheiding is. De vergunning voor een kansspelautomaat in het café werd geweigerd omdat het zaalgedeelte als laagdrempelige inrichting wordt aangemerkt en direct in verbinding staat met het hoogdrempelige café, wat volgens de Wet op de kansspelen niet is toegestaan zonder voldoende afscheiding.
Appellant voerde aan dat het café en de zaal één hoogdrempelige inrichting vormen en dat de zaal slechts incidenteel wordt gebruikt, met de mogelijkheid om de automaat uit te schakelen of te verplaatsen. Het College oordeelde dat het zaalgedeelte zelfstandige activiteiten kent en dus een laagdrempelige inrichting is, en dat de harmonicawand onvoldoende afscheiding vormt om van twee afzonderlijke lokaliteiten te spreken.
Het aanbod van appellant om de inrichting aan te passen werd niet relevant geacht voor de beoordeling van het besluit op het moment van uitgifte. Het College vond het beleid van verweerder om geen aanvullende voorschriften te stellen vanwege controlelasten aanvaardbaar en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor de kansspelautomaat wordt ongegrond verklaard.