ECLI:NL:CBB:2001:AD7638
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit heffing melkpoeder bij actieve veredeling wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving een vergunning voor actieve veredeling van melkpoeder met specifieke samenstellingseisen. Verweerder legde alsnog invoerheffing op omdat monsters van de melkpoeder een hoger vetgehalte toonden dan toegestaan. Appellante voerde aan dat de monsterneming niet representatief was en dat het vetgehalte van het eindproduct lager was, wat een lagere heffing zou rechtvaardigen.
Het College stelde vast dat de monsterneming door de AID volgens geldende richtlijnen was uitgevoerd en dat appellante niet had meegewerkt aan contra-onderzoek. Het College oordeelde dat de partij met 1,7% vet een ander product betrof dan waarvoor de vergunning was verleend, waardoor heffing terecht was opgelegd.
Echter, het beroep werd gegrond verklaard voor de partij met afwijkend eiwitgehalte, omdat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was over de gevolgen van het afwijkende eiwitgehalte. Verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de partij met afwijkend eiwitgehalte; verweerder moet opnieuw beslissen.