ECLI:NL:CBB:2001:AD6766
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van subsidieregeling bij stierenpremies en bedrijfsstructuur
Appellante, een besloten vennootschap opgericht in 1994, diende aanvragen in voor stierenpremies voor de verkoopseizoenen 1996 tot en met 1999. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van de Regeling dierlijke EG-premies, omdat het bedrijf van appellante feitelijk nauw verbonden is met het landbouwbedrijf van haar directeur C's vader, E, die al een maximale premie ontving.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de oprichting van appellante en het houden van stieren door dit bedrijf een wijziging in de bedrijfsvoering vormde die buiten beschouwing moest blijven volgens de subsidieregelgeving. Het College stelde vast dat de stieren feitelijk op het bedrijf van E verbleven, dat de dieren administratief werden overgeschreven en teruggeleverd, en dat het hoofddoel was om de subsidieregels te omzeilen.
Appellante voerde aan dat zij een zelfstandig bedrijf was met eigen administratie en voerde aan dat zij recht had op beoordeling als producent. Het College oordeelde echter dat de feitelijke situatie leidend is en dat de bedrijfsvoering zodanig verweven is dat de wijziging in de bedrijfsvoering hoofdzakelijk financieel van aard is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werd afgewezen omdat de situatie geen nieuwe producent uitsluit maar slechts voorkomt dat voor hetzelfde bedrijf meerdere premies worden toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidieregeling wordt gehandhaafd.