ECLI:NL:CBB:2001:AD6729
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verklaring vakbekwaamheid assurantiebemiddeling
Appellant, voormalig medefirmant van een vennootschap onder firma die assurantiebemiddeling verrichtte, verzocht om een verklaring van vakbekwaamheid op grond van artikel 4, achtste lid, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf. Verweerder, de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad, wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij, gezien zijn persoonlijke omstandigheden, redelijkerwijs niet in de gelegenheid was geweest om het vereiste assurantiebemiddeling B-diploma te behalen.
Appellant voerde aan dat hij in 1994 een hartoperatie had ondergaan en zich in 1995 slechts zijdelings met de bedrijfsvoering mocht bezighouden, en verzocht om een tijdelijke verklaring tot zijn echtgenote het diploma behaalt. Het College oordeelde dat appellant niet voldeed aan de cumulatieve vereisten van de Verordening Verklaringen Vakbekwaamheid, omdat hij niet had aangetoond dat hij vóór 1994 of na 1995 niet in staat was het diploma te behalen.
Het College overwoog verder dat de Verordening geen ruimte biedt voor een tijdelijke verklaring zoals door appellant gewenst. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verklaring van vakbekwaamheid wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.