ECLI:NL:CBB:2001:AD5860
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen minimumverpakkingsgrootte voor koperhoudende antifoulingverven
Verzoeksters International Paint (Nederland) B.V. en Hempel Coatings (Nederland) B.V. maakten bezwaar tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen die een minimumverpakkingsgrootte van 20 liter voorschrijven voor koperhoudende aangroeiwerende verven. Deze maatregel is genomen uit handhavingstechnische overwegingen om het gebruik door particulieren op pleziervaartuigen te beperken vanwege milieueffecten.
Verzoeksters betoogden dat de bevoegdheid tot het stellen van een minimumverpakkingsgrootte ontbreekt in de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en dat het voorschrift in strijd is met Europese regelgeving en het vrije verkeer van goederen. Verweerder voerde aan dat artikel 5, lid 3, Bmw 1962 een voldoende grondslag biedt en dat het voorschrift milieudoeleinden dient.
De president van het College oordeelde dat uit de wetsgeschiedenis en de tekst van artikel 5, lid 3, Bmw 1962 niet blijkt dat verweerder bevoegd is een minimumverpakkingsgrootte vast te stellen. Ook kon verweerder geen communautaire wettelijke basis hiervoor aanwijzen. Daarom werd de minimumverpakkingsgrootte geschorst bij wijze van voorlopige voorziening, totdat op bezwaar is beslist.
Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten toegewezen en werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De minimumverpakkingsgrootte van 20 liter voor koperhoudende antifoulingverven wordt geschorst wegens gebrek aan wettelijke bevoegdheid.