ECLI:NL:CBB:2001:AD4707
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing stierenpremie wegens onvoldoende voederareaal volgens Regeling dierlijke EG-premies
Appellante, een maatschap, had een aanvraag ingediend voor een premie voor stieren op basis van de Regeling dierlijke EG-premies. Verweerder keurde aanvankelijk de aanvraag goed, maar wees deze later af omdat appellante niet beschikte over voldoende voederareaal, zoals vereist in de regeling.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellante beschikte over een schriftelijke overeenkomst met Staatsbosbeheer voor het gebruik van voederareaal gedurende minimaal 7 maanden vanaf 31 maart 1999. Appellante had een eerste overeenkomst overlegd met een looptijd van maximaal 5 maanden, wat niet voldeed aan de regeling. In de bezwaarfase overhandigde zij een tweede overeenkomst met een looptijd van 7,5 maand, maar verweerder ging uit van de eerste overeenkomst.
Het College oordeelde dat de tweede overeenkomst niet als te laat overgelegd kon worden aangemerkt, maar dat appellante desalniettemin niet voldeed aan de voorwaarde van een schriftelijke overeenkomst die het gebruik van de gronden voor minimaal 7 maanden vanaf 31 maart 1999 bevestigt. Het feitelijk gebruik van de gronden door appellante deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor stierenpremie werd ongegrond verklaard.