ECLI:NL:CBB:2001:AD3553
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verdachtverklaring en preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Inspecteur-Districtshoofd van de Veterinaire Dienst waarin hun varkensbedrijf verdacht werd verklaard van besmetting met klassieke varkenspest en preventieve ruimingsmaatregelen werden getroffen. Appellante sub 2 voerde aan dat de burgemeester bevoegd was, dat er geen sprake was van besmetting, en dat het preventieve ruimingsbeleid onzorgvuldig en inconsistent was toegepast. Tevens werd betoogd dat vergoeding van schade onvoldoende was.
Verweerder stelde dat vanwege de virulentie en besmettelijkheid van de klassieke varkenspest spoedeisend moest worden gehandeld en dat de bevoegdheid daarom bij hem lag. De maatregelen waren gebaseerd op een wetenschappelijke risicoanalyse en noodzakelijk om verspreiding te voorkomen. Niet alle bedrijven binnen een straal van één kilometer werden tegelijk geruimd vanwege prioritering.
Het College oordeelde dat appellante sub 1 geen gronden had aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift. Ten aanzien van appellante sub 2 was het beroep vooral gericht op schadevergoeding, waartegen geen rechtsmiddel was aangewend. Het College vond de criteria en toepassing daarvan redelijk en voldoende gemotiveerd. De spoedeisendheid was aannemelijk gemaakt, waardoor verweerder bevoegd was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verdachtverklaring en preventieve ruiming van het varkensbedrijf wordt ongegrond verklaard.