ECLI:NL:CBB:2001:AD3523
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffingen van bedrijfslichamen voor akkerbouw en tuinbouw ongegrond verklaard
Appellant stelde beroep in tegen drie heffingsbesluiten van het Hoofdproductschap Akkerbouw en het Productschap Tuinbouw over 1999. Eén bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant voerde ernstige ziekte van zijn moeder aan als reden voor de late indiening.
Het College oordeelde dat appellant niet voldoende had aangetoond dat hem redelijkerwijs niet kon worden verweten dat het bezwaarschrift te laat was ingediend. De overige bezwaren tegen de financierings- en fondsheffingen en de bijzondere heffing PT werden ongegrond verklaard omdat appellant geen rechtsgronden had aangevoerd die de verordeningen onverbindend zouden maken.
Het College benadrukte dat de heffingen worden opgelegd op grond van wettelijke verordeningen van bedrijfslichamen die het algemeen belang dienen, en dat het profijt voor de individuele ondernemer niet bepalend is voor de verschuldigdheid van de heffingen. Het beroep werd daarom geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de heffingen werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.