ECLI:NL:CBB:2001:AD3490
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van aardgasheffing en toepassing forfaitaire 70/30-norm bij warmte/kracht-installaties
Appellanten, tuinders met of zonder eigen warmte/kracht-installaties (W/K-installaties), maakten bezwaar tegen door het Landbouwschap opgelegde heffingen op grond van de Heffingsverordening verbruik aardgas. De heffing werd deels gebaseerd op een forfaitaire 70/30-norm waarbij 70% van het aardgasverbruik wordt toegerekend aan warmte voor het groeiproces en 30% aan elektriciteitsproductie.
Het College constateerde dat verweerder niet altijd bevoegd was de besluiten te nemen, dat bezwaren niet altijd correct zijn behandeld en dat appellanten niet altijd zijn gehoord, wat strijdig is met artikel 7:2 Awb Pro. Ook is de redelijke termijn voor besluitvorming niet overschreden in de zin van artikel 6 EVRM Pro. Het College oordeelde dat de 70/30-norm redelijk is toegepast, maar dat het onredelijk is dat heffingen worden gebaseerd op meer dan 70% van het gasverbruik als er wel gegevens beschikbaar zijn.
De besluiten worden vernietigd wegens onbevoegdheid en onzorgvuldigheden. Het Landbouwschap moet binnen tien weken opnieuw op de bezwaren beslissen, rekening houdend met de overwegingen van het College. Daarnaast wordt proceskostenvergoeding aan appellanten toegekend. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige en bevoegde besluitvorming in bestuursrechtelijke heffingen.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en verweerder moet binnen tien weken opnieuw op de bezwaren beslissen.