ECLI:NL:CBB:2001:AD3381
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en schadevergoeding bij preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf dat op 18 september 1997 verdacht werd verklaard van besmetting met klassieke varkenspest, waarna preventieve ruiming van het bedrijf plaatsvond. Zij maakte bezwaar tegen de besluiten tot verdachtverklaring en de daaraan verbonden maatregelen, alsmede tegen de hoogte van de toegekende schadevergoeding.
Appellante voerde aan dat verweerder niet bevoegd was tot het treffen van de bestrijdingsmaatregelen, dat de maatregelen onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren en dat de schadevergoeding onvolledig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was toegekend. Verweerder stelde dat sprake was van een spoedeisend geval, dat de maatregelen noodzakelijk en onontkoombaar waren en dat het schadevergoedingsstelsel een gesloten stelsel vormde.
Het College oordeelde dat verweerder terecht de varkens verdacht heeft verklaard en de maatregelen heeft getroffen, gelet op de spoedeisendheid en de wetenschappelijke onderbouwing van het beleid. Tevens werd geoordeeld dat de schadevergoeding passend was binnen het geldende beleid en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet tot een hogere vergoeding leidde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de besluiten van verweerder worden bevestigd.