ECLI:NL:CBB:2001:AD3369
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en onbevoegdheid bij beroep tegen investeringsbesluit Wet Investeringsrekening
In deze bestuursrechtelijke procedure stond een beroep centraal tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken over de toepassing van de Wet Investeringsrekening (WIR). Appellante sub I en sub II hadden beroep ingesteld tegen een besluit van 22 juli 1998, dat betrekking had op een eerdere beschikking van 24 juli 1991. Het geschil betrof de vraag wie als belanghebbende kon worden aangemerkt en tegen welk besluit beroep kon worden ingesteld.
Het College oordeelde dat appellante sub I niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat het bestreden besluit gericht was tot appellante sub II, die ook de opgave en aanvraag had ingediend. Hierdoor werd appellante sub I niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Ten aanzien van appellante sub II werd het beroep voor zover gericht tegen de beslissing op de opgave van 9 april 1980 eveneens niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Minister reeds een positieve beslissing had genomen conform de opgave.
Voor het deel van het beroep dat zich richtte tegen de weigering van de Minister om te beslissen op de aanvraag van 14 april 1983, verklaarde het College zich onbevoegd omdat voorafgaand bezwaar ontbrak. Dit deel van het beroepschrift werd doorgezonden naar de Minister ter behandeling als bezwaarschrift. Het overige werd afgewezen. De uitspraak bevestigt de noodzaak van juiste procesrechtelijke stappen en de correcte aanmerkingen van belanghebbenden in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Appellante sub I en sub II werden niet-ontvankelijk verklaard of het College achtte zich onbevoegd, en het beroep werd afgewezen dan wel doorgezonden als bezwaarschrift.