ECLI:NL:CBB:2001:AD2828
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en schadevergoeding klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een zeugenbedrijf en werd geconfronteerd met besluiten die haar varkens verdacht verklaarden van besmetting met klassieke varkenspest, gevolgd door preventieve ruiming en toekenning van een schadevergoeding. Zij maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de bevoegdheid tot het treffen van maatregelen niet bij verweerder lag, dat de maatregelen onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren, en dat de schadevergoeding ontoereikend was.
Verweerder stelde dat vanwege de spoedeisendheid en de virulentie van de ziekte de bevoegdheid tot het treffen van maatregelen bij hem lag en dat de preventieve ruiming noodzakelijk was om verdere verspreiding te voorkomen. Tevens werd het schadevergoedingsbeleid als rechtmatig en passend beoordeeld, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen verschillende typen varkensbedrijven.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de verdachtverklaring en maatregelen heeft genomen op basis van een wetenschappelijk onderbouwde risicoanalyse en dat de spoedeisendheid het directe ingrijpen rechtvaardigde. Ook werd geoordeeld dat het schadevergoedingsbeleid binnen redelijke beleidsruimte valt en dat appellante terecht als vermeerderingsbedrijf is aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot verdachtverklaring, preventieve ruiming en schadevergoeding worden gehandhaafd.