ECLI:NL:CBB:2001:AD1164
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van S&O-verklaring voor innovatieve bouw- en energieprojecten
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de Minister van Economische Zaken om een S&O-verklaring af te geven voor vier projecten gericht op innovatieve bouw- en energieoplossingen. De projecten betroffen onder meer ontwikkeling van daglicht/kunstlichtsystemen, technisch-wetenschappelijk onderzoek naar energietechnieken in gebouwen, en haalbaarheidsonderzoeken voor energie-infrastructuur en zonne-energetische toepassingen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werkzaamheden van appellante kwalificeren als speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de zin van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA). Verweerder stelde dat de projecten geen technisch nieuwe fysieke producten of direct en uitsluitend technisch-wetenschappelijk onderzoek omvatten, en dat de haalbaarheidsonderzoeken niet gevolgd werden door eigen S&O-werkzaamheden.
Het College overwoog dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werkzaamheden binnen de projecten voldeden aan de hoge mate van technische onzekerheid die vereist is voor S&O. Het schrijven van bestekken en specificaties voor derden, het gebruik van bestaande technieken en het ontbreken van concrete eigen ontwikkelingswerkzaamheden maakten dat de projecten niet als S&O konden worden aangemerkt. Ook de haalbaarheidsonderzoeken voldeden niet aan de criteria omdat niet was gebleken dat daarop eigen S&O-werkzaamheden zouden volgen.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde het de weigering van de S&O-verklaring. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard.