ECLI:NL:CBB:2001:AC0096
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zoogkoeienpremie 1998 wegens niet tijdige indiening
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin haar aanvraag voor de zoogkoeienpremie over het verkoopseizoen 1998 niet in behandeling werd genomen wegens te late indiening.
De aanvraagperiode liep van 1 tot en met 31 augustus 1998, met een mogelijkheid tot indienen met korting tot 25 september 1998. Appellante stelde dat haar echtgenoot het aanvraagformulier vóór 31 augustus 1998 in de brievenbus van Laser te Roermond had gedeponeerd, maar kon dit niet bewijzen. Het College oordeelde dat een getuigenverklaring onvoldoende bewijs is en dat het risico van niet-tijdige indiening bij de aanvrager ligt.
Het College concludeerde dat de aanvraag niet tijdig was ingediend en dat het besluit tot niet-ontvankelijkheid terecht was genomen. Er was geen sprake van overmacht of andere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet heeft bewezen dat de premieaanvraag zoogkoeien 1998 tijdig is ingediend.