ECLI:NL:CBB:2001:AB9884
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en kostenveroordeling inzake melkafvoer MKZ-verdachte bedrijven
Verzoekers, melkveehouders met bedrijven die als verdacht van mond- en klauwzeer zijn aangemerkt, verzochten om een voorlopige voorziening om de melk op hun bedrijven minimaal elke derde dag op te halen. Dit verzoek werd gedaan naar aanleiding van besluiten van de Directeur van de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees (RVV) waarbij kentekenen moesten worden aangebracht op verdachte bedrijven.
Verweerder stelde dat het melkafvoersysteem, het zogenaamde "piepsysteem", niet voldeed en dat een alternatief melkafvoerplan was goedgekeurd en in uitvoering was. Verzoekers trokken hun verzoek om voorlopige voorziening in nadat zij bevestiging kregen dat de melk werd opgehaald volgens het nieuwe plan.
Verzoekers verzochten daarna om een proceskostenveroordeling van verweerder. De president oordeelde dat er geen sprake was van een publiekrechtelijke belemmering die het verzoek om voorlopige voorziening rechtvaardigde, en dat verweerder niet is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom werd het verzoek om kostenveroordeling afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de fungerend president D. Roemers op 3 augustus 2001, waarbij tevens werd gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens ontbreken van publiekrechtelijke belemmering en geen sprake van tegemoetkoming.