ECLI:NL:CBB:2001:AB6586
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit schadevergoeding bij preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf dat preventief werd geruimd vanwege verdenking van besmetting met klassieke varkenspest. Verweerder kende een tegemoetkoming toe op basis van de taxatiewaarde van de vleesvarkens, maar appellante betwistte dat zij geen hogere vergoeding kreeg zoals die aan fokvarkensbedrijven wordt toegekend.
Appellante voerde aan dat het beleid van verweerder niet consistent is en dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden doordat vleesvarkensbedrijven geen LTO-normvergoeding ontvangen, terwijl fokvarkensbedrijven dat wel doen. Ook stelde zij dat de schade niet als normaal bedrijfsrisico moet worden beschouwd en dat verweerder onvoldoende belangenafweging heeft gemaakt.
Verweerder stelde dat het stelsel van schadevergoeding op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een gesloten systeem is en dat de hogere vergoeding voor fokvarkensbedrijven gebaseerd is op een bijzondere beleidsvrijheid binnen artikel 91 Gwd Pro. Omdat appellante geen fokzeugen had, was zij niet gerechtigd op de hogere vergoeding.
Het College oordeelde dat het onderscheid tussen fokvarkens- en vleesvarkensbedrijven gerechtvaardigd is en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep richt zich niet langer tegen de verdachtverklaring zelf, die in rechte vaststaat. Het beroep tegen de hoogte van de vergoeding is ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de hoogte van de schadevergoeding is ongegrond verklaard.