ECLI:NL:CBB:2001:AB5006
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing rechter-commissaris inzake beperkte kennisneming stukken
In deze zaak heeft een belanghebbende beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechter-commissaris van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, die beperkte kennisneming van bepaalde stukken van de Nederlandse Mededelingsautoriteit (Nma) had toegestaan. De beslissing was genomen op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft onderzocht of tegen deze beslissing hoger beroep openstaat. Op grond van artikel 20 van Pro de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie (Wbb) kan hoger beroep worden ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank of de president van die rechtbank, maar niet tegen andere beslissingen van de rechtbank of rechter-commissaris, tenzij deze gelijktijdig met het hoger beroep tegen de hoofduitspraak worden ingesteld.
Omdat de beslissing van de rechter-commissaris hier een tussentijdse beslissing betreft en er geen hoofduitspraak is waartegen gelijktijdig hoger beroep is ingesteld, is het beroep tegen deze beslissing niet ontvankelijk. Het College verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de beperkte toegang tot hoger beroep tegen tussentijdse beslissingen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris wordt niet-ontvankelijk verklaard.