ECLI:NL:CBB:2001:AB4356
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over tijdigheid van aanvraag energie-investeringsaftrek
Appellante had bij het Bureau energie-investeringsaftrek verzoeken ingediend voor verklaringen dat investeringen in energieschermen voor twee vestigingen energie-investeringen waren. Verweerder had een verklaring afgegeven voor de vestiging aan D, maar de aanvraag voor de vestiging aan E afgewezen wegens te late indiening.
Appellante stelde dat beide aanvragen gelijktijdig en tijdig waren ingediend, maar verweerder stelde dat de aanvraag pas op 28 augustus 1998 was ontvangen, terwijl de investeringsverplichtingen al op 18 mei 1998 waren aangegaan. Het College oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag eerder was verzonden of ontvangen dan 28 augustus 1998.
Verder stelde appellante dat de verplichtingen pas op 9 juni 1998 waren aangegaan, maar het College vond dat onvoldoende onderbouwd en ging uit van de datum van de opdrachtbevestiging van 18 mei 1998. Omdat de aanvraag meer dan drie maanden na deze datum was ontvangen, was de aanvraag niet tijdig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag niet tijdig is ingediend binnen de wettelijke termijn.