ECLI:NL:CBB:2001:AB4352
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op correctie aanvraag EG-steun akkerbouw wegens ontbreken klaarblijkelijke fout
Appellant diende een aanvraag in voor EG-steun akkerbouwgewassen waarbij hij percelen met verschillende gewas- en bijdragecodes opgaf. Na goedkeuring van de aanvraag voor een perceel met maïs, maakte appellant bezwaar omdat hij ook subsidie wenste voor percelen die uit productie waren genomen, maar abusievelijk onder de vereenvoudigde regeling had aangevraagd in plaats van de algemene regeling.
Verweerder wees het bezwaar af omdat correctie van de aanvraag na de indieningsdatum alleen mogelijk is bij een klaarblijkelijke fout, zoals bedoeld in artikel 5 bis Pro van Verordening (EEG) nr. 3887/92. Het College overwoog dat de aanvraag geen tegenstrijdigheden of identificatiefouten bevatte en dat fouten in de teelt in principe niet als klaarblijkelijke fouten gelden.
Het College stelde vast dat het werkdocument van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over manifeste fouten geen bindende kracht heeft, maar dat verweerder binnen de grenzen van de verordening een beleidslijn mag ontwikkelen. De aanvraag was correct ingevuld en er was geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid ervan.
Daarom was geen sprake van een klaarblijkelijke fout die correctie rechtvaardigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een klaarblijkelijke fout die correctie van de aanvraag rechtvaardigt.