ECLI:NL:CBB:2001:AB3168
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- W.E. Doolaard
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid bedrijf bij aanvraag dierlijke EG-premies voor stieren
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dierlijke EG-premies voor stieren die zij houdt in een gedeelte van een stal die zij pacht van de maatschap E. Verweerder heeft het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van haar premieaanvraag ongegrond verklaard op grond van het oordeel dat er sprake is van een ongeoorloofde bedrijfssplitsing.
Het College heeft vastgesteld dat appellante de stieren rechtstreeks betrekt van een B.V. die nauw verbonden is met de maatschap E, dat zij een gedeelte van de stal pacht die ook door de maatschap en de B.V. wordt gebruikt, en dat er financiële en feitelijke verwevenheid bestaat tussen appellante en de maatschap E. Hierdoor is er geen sprake van een volkomen gescheiden bedrijfssituatie.
Appellante heeft aangevoerd dat zij wel degelijk als producent kan worden aangemerkt en dat het houden van stieren in gepachte stalruimte een zelfstandige bedrijfsvoering mogelijk maakt. Het College verwijst echter naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld en concludeert dat ook in deze zaak geen zelfstandige bedrijfsvoering aanwezig is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en appellante wordt niet als producent erkend, waardoor zij geen recht heeft op de aangevraagde premie.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante geen zelfstandige bedrijfsvoering heeft en daardoor niet als producent kan worden aangemerkt.