ECLI:NL:CBB:2001:AB3079
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ne bis in idem-beginsel bij tuchtklacht over bonusregeling registeraccountants
Appellanten dienden een klacht in tegen betrokkenen, registeraccountants, wegens het toezeggen van een bonusregeling aan medewerkers voor het aanbrengen van opdrachten, wat volgens hen in strijd is met artikel 30 van Pro de Gedrags- en Beroepsregels registeraccountants 1994 (GBR-1994).
De raad van tucht verklaarde de klacht niet-ontvankelijk, stellende dat het ne bis in idem-beginsel zich verzet tegen een hernieuwde beoordeling van hetzelfde feitencomplex waarop reeds een eerdere, onherroepelijke beslissing van het College van Beroep was genomen. Appellanten voerden aan dat de klacht nieuwe elementen bevatte en dat het eerdere oordeel geen inhoudelijke beoordeling van de bonusregeling inhield.
Het College oordeelde dat het feitencomplex en de klacht in wezen identiek zijn aan die van de eerdere procedure, en dat de eerdere uitspraak van het College een rechtens onaantastbare eindbeslissing vormt. Het ne bis in idem-beginsel verhindert daarom een nieuwe inhoudelijke behandeling. Tevens wees het College het beroep af omdat de Wet op de Registeraccountants geen herzieningsmogelijkheid biedt voor eerdere uitspraken.
Hierdoor werd het beroep verworpen en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van de klacht in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en de klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens toepassing van het ne bis in idem-beginsel.