ECLI:NL:CBB:2001:AB2515
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op schadevergoeding bij klassieke varkenspest wegens niet tijdig melden mutaties
Appellant, een varkenshouder, kreeg een korting van 35% op een tegemoetkoming in schade toegekend door de minister vanwege het te laat of niet melden van varkensaanvoer bij het Identificatie- en Registratiebureau. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat de korting een strafrechtelijke sanctie betrof en dat de regeling onevenredig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was.
Het College oordeelde dat de korting niet als een strafrechtelijke sanctie kan worden aangemerkt en dat artikel 6 EVRM Pro daarom niet van toepassing is. Verder werd geoordeeld dat het kortingenstelsel niet onevenredig is, gezien het belang van snelle en effectieve bestrijding van klassieke varkenspest en de noodzaak van tijdige meldingen. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden, omdat preventieve ruiming en repressieve ruiming verschillend worden behandeld op grond van gemeenschapsrechtelijke voorschriften.
Ten slotte oordeelde het College dat appellant niet is benadeeld door vermeende schendingen van hoor- en wederhoorregels en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting van 35% op de schadevergoeding wegens niet tijdig melden van varkensmutaties wordt ongegrond verklaard.