4. Het standpunt van appellant
In beroep heeft appellant, op hoofdlijnen weergegeven, het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.
Ten onrechte heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het onderhavige systeem naar aard gebruik en toepassing lijkt op het specifieke bedrijfsmiddel dat is omschreven onder code 210903 van de Energielijst. Immers, bij deze code gaat het om een module, die de koppeling regelt met Meteoconsult, welke instelling gegevens verschaft omtrent de lokale uurlijkse weersverwachting.
Technisch gesproken gaat het hierbij om een onderdeel dat niet essentieel is voor een klimaatcomputer. Een dergelijk computer kan ook functioneren zonder dit onderdeel, dat overigens ten tijde hier van belang slechts door één bedrijf werd geleverd.
Bij de onderhavige investering gaat het om een systeem, waarmee de luchtvochtigheid beter dan met andere systemen kan worden gestuurd en waarmee het klimaat in kassen nauwkeuriger kan worden geregeld.
De toepassing van deze nieuwe klimaatcomputer in combinatie met de daarbij behorende meetboxen levert een besparing op, die voldoet aan de norm die geldt voor generieke bedrijfsmiddelen en is vermeld bij code 310000 van de Energielijst.
5. De beoordeling van het geschil
Het geschil dat partijen verdeeld houdt, betreft het antwoord op de vraag of de klimaatcomputer waarop de onderhavige investering betrekking heeft, een bedrijfsmiddel is, dat zowel naar aard, gebruik als toepassing kan worden begrepen onder het gestelde onder code 210903 van de Energielijst, betreffende specifiek aangewezen bedrijfsmiddelen in gebouwen.
Bij een bevestigend antwoord op deze vraag is, ingevolge het hiervoor weergegeven bepaalde onder code 310000, de toetsing van het bedrijfsmiddel aan de norm inzake energiebesparing die geldt voor generieke bedrijfsmiddelen, niet aan de orde en moet worden geoordeeld dat de investering van appellant niet voldoet aan het gestelde onder code 210903.
Het College overweegt hieromtrent dat in het gestelde onder code 210903 geen sprake is van een systeem inzake energiemanagement of klimaatregeling in tuinbouwkassen, doch van een softwaremodule, als hiervoor omschreven onder 2.1. Een module, die naar zijn aard en blijkens deze omschrijving bestemd is voor gebruik in een klimaatcomputer en daarin zijn specifieke functie op het punt van de klimaatregeling kan uitoefenen.
Naar het oordeel van het College kan dit specifieke onderdeel niet worden vereenzelvigd met de klimaatcomputer waarin het dienst doet. In verband hiermede kan niet worden staande gehouden dat de onderhavige klimaatcomputer een bedrijfsmiddel betreft, dat zowel naar aard, gebruik als naar toepassing kan worden begrepen onder code 210903.
Met betrekking tot hetgeen verweerder heeft opgemerkt aangaande de bedoeling die de regelgever blijkens de codes 210901 en 210902 bij het opstellen van de Energielijst had om klimaatcomputers in tuinbouwkassen niet onder de werking van de onderhavige regelgeving te brengen, overweegt het College dat deze argumentatie er niet toe kan leiden aan code 210903 een uitleg te geven, die afwijkt van de duidelijke tekst van het daarin gestelde.
Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat het bestreden besluit niet kan worden gedragen door de motivering welke daaraan ten grondslag is gelegd. Derhalve dient dit besluit te worden vernietigd op grond van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Het College acht termen aanwezig verweerder met toepassing van 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van appellant. Deze kosten worden op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op ƒ 1.420,--.