ECLI:NL:CBB:2001:AB2218
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering registratie tijdelijke overdracht fabrieksquotum melk
Appellanten, een vennootschap onder firma en een maatschap, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Centrale Organisatie Superheffing (COS) tot afwijzing van hun verzoek om registratie van een tijdelijke overdracht van 20.000 kg fabrieksquotum melk. De weigering was gebaseerd op artikel 25, lid 1, sub c van de Regeling superheffing 1993, dat bepaalt dat een tijdelijke overdracht slechts kan plaatsvinden indien de vervreemder in de betrokken heffingsperiode geen tijdelijke referentiehoeveelheden heeft verkregen.
Appellanten voerden aan dat zij niet op de hoogte waren van deze regel en dat de overdracht noodzakelijk was om kosten te besparen door over- en undermelk te verevenen. Zij stelden dat er geen sprake was van speculatie en dat zij schade zouden lijden door de weigering. Het College oordeelde dat de bepaling geen discretionaire ruimte laat om de overdracht toch te registreren en dat onwetendheid van de regelgeving geen grond is om hiervan af te wijken.
Verder werd geoordeeld dat verweerder tijdig had beslist binnen de wettelijke termijn en dat de regeling niet in strijd is met hogere regelgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van registratie van de tijdelijke overdracht van fabrieksquotum melk wordt ongegrond verklaard.