ECLI:NL:CBB:2001:AB2016
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen doding gevaccineerde schapen en geiten wegens mkz-verdachtverklaring
Verzoekster houdt schapen en geiten die door verweerder als verdacht van mond- en klauwzeer (mkz) zijn aangemerkt en die gevaccineerd zijn. Verzoekster betoogt dat het om huisdieren gaat die niet bedrijfsmatig worden gehouden en dat het doden van deze dieren onredelijk is omdat zij geen bedreiging vormen voor andere dieren of de agrarische sector.
De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven overweegt dat de dieren terecht als verdacht zijn aangemerkt en dat het belang van het voorkomen van verspreiding van het mkz-virus zwaarder weegt dan het belang van verzoekster. De Beschikking schrijft doding voor na vaccinatie, ongeacht of de dieren bedrijfsmatig of als huisdieren worden gehouden.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat verweerder niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. De belangenafweging is marginaal en het risico op verspreiding van het virus prevaleert. De president wijst het verzoek af zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot doding van gevaccineerde schapen en geiten wordt afgewezen.