ECLI:NL:CBB:2001:AB1703
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid primaire beslissing inzake heffingvrije hoeveelheid melk
Appellante diende een aanvraag in voor toekenning van een heffingvrije hoeveelheid melk op basis van productiegegevens van zure boerderijzuivelproducten. De primaire beslissing van 7 april 1992 wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van de afgezette hoeveelheden. Appellante maakte bezwaar en leverde aanvullende stukken, waarna een herziening tot toekenning van een bijzonder quotum volgde.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens onrechtmatigheid van het primaire besluit. Verweerder stelde dat het besluit rechtmatig was omdat het gebaseerd was op de gegevens beschikbaar ten tijde van de beslissing en dat de bezwaarprocedure deel uitmaakte van de primaire besluitvorming. Het College onderzocht of het primaire besluit onrechtmatig was op het moment van nemen, rekening houdend met de beschikbare gegevens en het toen geldende rechtsregime.
Het College concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij destijds meer of andere stukken had overgelegd dan in het dossier aanwezig was. De door appellante verstrekte handgeschreven opgaven waren niet objectief verifieerbaar en verweerder kon op basis daarvan niet vaststellen welke hoeveelheden zure zuivelproducten daadwerkelijk waren afgezet. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat het primaire besluit niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het primaire besluit niet onrechtmatig bevonden.