ECLI:NL:CBB:2001:AB1465
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering ontheffing vervoersverbod varkens en schadevergoeding
Appellant, een varkenshouder binnen een vervoersverbodgebied, verzocht om ontheffing van het vervoersverbod na preventieve ruiming van zijn dieren en om vergoeding van de daardoor geleden schade. De Staatssecretaris wees het verzoek af vanwege het hoge besmettingsrisico van de varkenspest en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die ontheffing rechtvaardigen.
Appellant stelde dat het vervoersverbod onredelijk en onrechtmatig was, dat het beleid van de Minister onvoldoende was en dat het beginsel van gelijkheid voor de lasten werd geschonden. Hij verwees naar jurisprudentie en Europese regelgeving om schadevergoeding te eisen.
Het College oordeelde dat het vervoersverbod gegrond was vanwege het belang van het voorkomen van verdere verspreiding van het virus. De schade door het vervoersverbod valt onder het normale bedrijfsrisico en komt niet voor vergoeding in aanmerking volgens de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College vond geen aanleiding om het beleid van de Minister onredelijk te achten en verwierp de stelling dat het vervoersverbod onnodig lang van kracht was gebleven. Ook het beroep op het arrest Leffers/Staat werd niet gevolgd omdat het hier om een tijdelijke maatregel ging.
De beslissing bevestigt dat vervoersverboden in het kader van diergezondheid strikt kunnen worden gehandhaafd zonder dat schadevergoeding verplicht is, mits het beleid redelijk en proportioneel is toegepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing en schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.