ECLI:NL:CBB:2001:AB1111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van dochteronderneming in bezwaar tegen subsidiebesluiten aan moedermaatschappij
In deze bestuursrechtelijke zaak betwistte een dochteronderneming de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren tegen subsidies die aan haar moedermaatschappij waren toegekend. De subsidies betroffen projecten uitgevoerd door dochterondernemingen binnen het concern. De dochteronderneming stelde dat zij financieel direct werd geraakt door de besluiten en daarom belanghebbende was.
Het College oordeelde dat de subsidies uitsluitend aan de moedermaatschappij waren toegekend en dat de besluiten ook aan haar waren gericht. De dochteronderneming had slechts een afgeleid belang via haar contractuele relatie met de moedermaatschappij. Dit belang was niet rechtstreeks betrokken bij de subsidiebesluiten, waardoor de dochteronderneming niet-ontvankelijk was in haar bezwaar.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. Deze uitspraak bevestigt het belang van het rechtstreeks belang criterium bij bestuursrechtelijke procedures tegen subsidiebesluiten.
Uitkomst: Het beroep van de dochteronderneming werd ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid omdat zij geen rechtstreeks belang had bij de subsidiebesluiten aan de moedermaatschappij.