ECLI:NL:CBB:2001:AB1025
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- A. Bruining
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake ontheffing vaccinatieverbod mond- en klauwzeer
Verzoekers, biologische veehouders, verzochten om ontheffing van het vaccinatieverbod tegen mond- en klauwzeer voor hun dieren, met als primaire eis dat gevaccineerde dieren niet gedood hoeven te worden. Subsidiair werd toestemming gevraagd voor vaccinatie zodra de ziekte in de nabijheid uitbreekt, zonder ruiming van de bedrijven.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weigerde de ontheffing, stellende dat het vaccinatieverbod volgens Europese richtlijnen geldt en dat noodvaccinaties alleen rond een ziektehaard door de Commissie mogen worden toegestaan. Verzoekers betoogden dat het huidige non-vaccinatiebeleid disproportioneel is en dat vaccinatie zonder doding mogelijk moet zijn.
De president van het College oordeelde dat geen wettelijke grondslag bestaat voor ontheffing buiten een besmettingshaard en dat de bevoegdheid tot noodvaccinatie aan de Europese Commissie is voorbehouden. Ook het subsidiaire verzoek faalde vanwege dezelfde juridische beperkingen en het niet kennelijk onredelijke beleid van de Minister.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor ontheffing van het vaccinatieverbod tegen mond- en klauwzeer wordt afgewezen.