ECLI:NL:CBB:2001:AB0908
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en rechtmatigheid noodvaccinaties mond- en klauwzeer binnen 2 km zone
Op 23 maart 2001 werden klinische verschijnselen van mond- en klauwzeer vastgesteld op een bedrijf in S, waarna verweerder besloot alle evenhoevige dieren binnen een straal van 2 km als verdacht aan te merken en noodvaccinaties uit te voeren ter bestrijding van het virus. Verzoekers, eigenaren van bedrijven binnen deze zone, verzochten om een voorlopige voorziening tegen deze besluiten.
De president van het College oordeelde dat verweerder op grond van Europese richtlijnen en nationale wetgeving bevoegd is om deze maatregelen te nemen, ook zonder expliciete mandatering of toestemming van de Europese Commissie, mits kennisgeving is gedaan. De brief van de Minister van 26 maart 2001, waarin afspraken over het niet toepassen van noodvaccinaties op reeds besmette of verdachte bedrijven werden genoemd, bood geen juridische belemmering voor verweerder.
De president voerde een marginale toetsing uit en concludeerde dat de maatregelen, hoewel rigoureus, niet onredelijk zijn gezien het mogelijke epidemische karakter van de ziekte, het risico van verspreiding en de capaciteitstekorten bij het preventief ruimen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de noodvaccinaties en het doden van dieren binnen de 2 km zone werd afgewezen.